Birte
Prahl-Andersenis initiator en voorzitter van de
Stichting ter Bevordering van de Orthodontie.
mail hier
Zij was opleider van specialisten in de dento-maxillaire orthopedie en voorzitter van de afdeling Orthodontie aan de Vrije Universiteit te Amsterdam. Mw.Prahl-Andersen is geboren en getogen in Denemarken en volgde de studie tandheelkunde aan het Royal Dental College te Copenhagen van 1957-1962. Haar opleiding tot specialist in de orthodontie volgde zij aan de Katholieke Universiteit Nijmegen, alwaar zij in 1968 cum laude promoveerde op het proefschrift, getiteld: Sutural Growth.
Zij was hoofd van het schisisteam van het Academisch Ziekenhuis - in Nijmegen van 1969-1980, - in Amsterdam van 1980-2003 en - in Rotterdam (Erasmus MC-Sophia) van 1983-2003. Zij trad onder meer op als coordinator van het Nijmeegse Groei-onderzoek (1970-1979), de Euro-Qual study (1993-1999) en het PECO-project (1993-1996).
Zij participeerde in de Euro-Cleft studie van 1986-1999 en in het Quality of Life project (1999-2002). Van 1979-1996 was professor Prahl-Andersen vice-voorzitter van de Nederlandse Vereniging voor Orthodontische Studie (NVOS). Daarnaast bekleedde zij vele functies, waaronder lid van het algemene bestuur van het Nederlands Tijdschrift voor Tandheelkunde; Fellow van het Royal College of Surgeons (Edinburgh), Honorary Professor van het College of Stomatology, West China University of Medical Sciences, Chengdu China; Visiting Professor aan de University of Ohio, Columbus, USA en de University of Padjadjaran, Bandung, Indonesia. Birte Prahl is (co)auteur van meer dan 160 wetenschappelijke publicaties en boeken.
Zij is referent voor Cleft Palate-Craniofacial Journal, Journal of Dental Research, American Journal of Orthodontics and Dentofacial Orthopedics. Haar bijzondere interesse gaat uit naar onderzoek van craniofaciale groei en ontwikkeling naar behandelingsresultaten van kinderen met craniofaciale afwijkingen en/of lip-kaak-gehemeltespleten en kwaliteitsverbetering van orthodontische zorg, met de nadruk op kosten-effectieve, evidence-based, efficiente en noodzakelijke zorg.